De taal

De Euregio is niet alleen staatkundig verdeeld in verschillende regio's, maar ook cultureel en taalkundig. Naast de kunstmatige grensbarrière bestaat er dus ook nog een natuurlijke taalbarièrre. Opmerkelijk genoeg blijkt dat in de jongste decenia, waarin mensen wereldwijd communiceren en binnen 24 uur aan de andere zijde van de wereld zijn, men steeds slechter communiceert met zijn buur. In het Europa van morgen lijkt het erop dat hiervoor een oplossing is bedacht. Vaak wordt er gekozen voor een communicatiemiddel dat iedereen wel min of meer beheerst. Tot op zeker niveau kan men zich hier inderdaad mee behelpen.

De Stichting DIK heeft vanaf de oprichting ervoor gekozen de aanwezige culturele en taalkundige verscheidenheid te respecteren. Zij vond het te gemakkelijk om gebruik te maken van een gebiedsvreemde taal die voor een technicus een extra drempel vormt om zich uit te drukken. Uitgangspunt is dat ieder in principe zijn eigen taal spreekt en dit zo verstaanbaar mogelijk brengt voor zijn toehoorder. Deze opstelling blijkt reeds jaren te functioneren binnen de Stichting DIK, en zelfs daarbuiten.

Op het laatste congres is deze zienswijze voor het eerst in de praktijk gebracht. Tijdens het congres waren twee tolken aanwezig die de toehoorders ter beschikking stonden. Ondanks dat de sprekers en vragenstellers uit alle regio's kwamen, is er slechts sporadisch gebruikt van de tolken. Gezien deze ervaring sterkt dit onze zienswijze en willen wij op de ingeslagen weg voortgaan. Het erkennen en verstaan van elkaars buurtaal is het slechten van de grootste barière die er momenteel is in de Euregio.